icon-blog Factory 6 mrt '18

Op smakelijke aardappelen staat een termijn

In onze vorige editie gingen we al in op de bewaaroogst en de factoren die een invloed hebben op het succesvol inschuren en bewaren van aardappelen. Het bewaarproces is door de jaren sterk geëvolueerd en geautomatiseerd. Hoe gaat dat nu eigenlijk in zijn werk? Welke parameters zijn van belang en hoe zit het met de bewaartermijn? Ontdek hoe je het beste haalt uit de bewaaraardappel.

De aardappel is na het rooien nog altijd een levend natuurproduct. Om de natuurlijke kwaliteit van de knol te beschermen, spelen verschil-lende omgevingsfactoren in de loods een rol. De belangrijkste zijn temperatuur, luchtcirculatie, zuurstofgehalte, kiemremming en de afwezigheid van licht. Het bewaarproces bestaat in grote  lijnen uit drie fasen:

1. Wondheling & drogen

Tijdens het inschuren komen er niet alleen aard-appelen maar ook aardkluiten en aanhangende aarde in de loods terecht. Dat geeft extra vocht. Om de aardappelen lang te kunnen bewaren, moet men het overtollige vocht afvoeren zodat de aardappelen kunnen drogen. Dat vereist een goede luchtcirculatie bij een stabiele product-temperatuur van 12 tot 14 à 16 °C. In de eerste weken van het bewaarproces is die temperatuur essentieel voor de wondheling. Tijdens het rooien kan namelijk knolbeschadiging ontstaan, en die wondjes moeten genezen. Om de juiste tempe-ratuur en vochtigheidsgraad te bekomen in de loods, moet men een delicaat evenwicht zoeken tussen interne lucht (lucht in de loods) en externe lucht (buitenlucht die dagelijks verandert van temperatuur en vochtigheidsgraad).

2. Inkoelen

Zijn de aardappelen voldoende droog en is de wondheling compleet, dan kan men de tempera-tuur gecontroleerd laten zakken naar de optimale bewaartemperatuur. Dat inkoelen verloopt geleidelijk en duurt meerdere weken indien de buitenlucht daarvoor geschikt is. De optimale bewaartemperatuur is rasgeboden, maar het merendeel van de frietgeschikte rassen heeft een ideale bewaartemperatuur tussen 6 en 8 °C.

3. Verdere bewaring en op temperatuur houden 

De aardappelen blijven in rust tot ze worden uit-geschuurd voor verwerking. Intussen volgt de landbouwer de aardappelen en de omgevings-factoren continu op om die zo stabiel mogelijk te houden. Tijdens het bewaarproces heeft men bewaarverliezen: dat uit zich vooral in gewichts-verlies, te wijten aan het afvoeren van overtollig vocht en aan het natuurlijke verouderingsproces van de aardappelen. 
Afhankelijk van het aantal maanden dat de aard-appelen gestockeerd worden, kunnen we het bewaarproces opdelen in drie grote periodes. Het totale bewaarverlies kan daarbij oplopen tot 8 à 10% van het aardappelgewicht.
De tendens is om aardappelen steeds langer te bewaren, met behoud van de frietgeschikte kwa-liteit. De bewaarperiode kan nu al oplopen tot negen maanden. Daarvoor maakt men gebruik van de meest moderne bewaarloodsen.

4. Bewaren: hoe, wat, waar

De bewaring van frietaardappelen gebeurt hoofdzakelijk in bulk. Toch zien we de laatste jaren een opmars van kistenstockage voor zeer lange bewaring. Daar zijn diverse redenen voor: minder drukplekken (zachte plekken op de aardappelen die ontstaan door stapelen), beper-ken van de bewaarrisico’s en de mogelijkheid om verschillende rassen met een gelijkaardige bewaartemperatuur in één loods te bewaren, zon-der scheidingsmuren of opgesplitste ventilatie.
Vroeger werden aardappelen bewaard in grote schuren met dikke bakstenen muren, geïsoleerd met stro. Intussen zijn de meeste bewaarloodsen voor bulk opgetrokken uit beton. Niet alleen isolatie is bepalend voor de klimaatomstandighe-den in de loods, ook ventilatie is van belang, zowel voor de vochtafvoer en temperatuurcontrole als voor het op peil houden van het zuurstofgehalte. We onderscheiden verschillende types ventilatie: 


Natuurlijke ventilatie: in traditionele bewaar-schuren heeft men amper de mogelijkheid om de luchtcirculatie te sturen en is men afhankelijk van de natuurlijke luchtverplaatsing. Daarbij ontstaat er luchtcirculatie boven de aardappelen door openingsluiken in tegenover elkaar liggende muren. Men is hier volledig afhankelijk van de weersomstandigheden. In België worden veel aardappelen op korte bewaring nog op deze manier gestockeerd. Het ras is van groot belang; het Bintje is bijvoorbeeld gemakkelijker te bewaren via natuurlijke ventilatie.

Gestuurde ventilatie (van toepassing op kistenstockage en bulkstockage): dit type kan opgesplitst worden in ondergrondse ventilatie (de aardappelen liggen op een betonnen roostervloer ) en bovengrondse ventilatie (de aardappelen rusten op koepels op een volle betonnen vloer). Het ventilatieprincipe is hetzelfde, enkel de doorvoer van de gestuurde lucht verloopt anders. Zijn de weersomstandigheden geschikt, dan kan men eveneens natuurlijke ventilatie toepassen.

Mechanische koeling: dit is een extra uitvoeringin een gestuurde geventileerde loods. Bij normale weersomstandigheden in het voorjaar loopt de temperatuur in de bewaarloods licht op tot 9 à 12 °C, ook al is de ideale bewaartemperatuur tussen 6 en 8 °C. Om dat te vermijden, kan men de temperatuur in de bewaarloods stabiel houden door de interne lucht te koelen. Dit principe gaat samen met een goede isolatie en ventilatie van de loods. Om het bewaarproces en het controleren van de omgevingsfactoren optimaal te laten verlopen, kan de landbouwer een beroep doen op moderne apparatuur: bewaarcomputers, temperatuurmeters, vochtigheidsmeters, CO2-meters … Die zorgen voor de meting en de aansturing van ventilators en luiken. Ondanks alle moderne hulpmiddelen blijft de jarenlange ervaring van de landbouwer een van de belangrijkste factoren bij het bewaren van aardappelen, al blijft ook hij natuurlijk nog gedeeltelijk afhankelijk van de weersomstandigheden.


Test op het veld

Naar jaarlijkse gewoonte legt Mydibel dit seizoen een testperceel aan. Met de voeten op het veld doen we de vergelijkende proef tussen veelbelovende nieuwe rassen enerzijds en de vaste waarden (Bintje, Fontane, Challenger) anderzijds. Dit seizoen ligt het testperceel van zo’n 4 hectare in de nabijheid van de fabriek. Dat vergemakkelijkt het rassenbezoek en maakt een intensieve opvolging mogelijk.